Over bevestigingsmaterialen

Algemene informatie over afwerking van bevestigingsmaterialen:

Bevestigingsmaterialen zijn er in blank ijzer, gegalvaniseerd, verzinkt, van roestvast staal of van aluminium of kunststof.

Deze verschillende afwerkingen, deklagen en materialen maken spijkers meer of minder roestbestendig of geeft ze speciale eigenschappen voor bepaalde toepassingen.

Bevestigingsmaterialen met een blanke afwerking hebben geen beschermlaag en zijn het goedkoopst. Ze gaan echter wel sneller roesten dan spijkers met een beschermlaag. Ze zijn geschikt voor toepassingen die geen bescherming vereisen, bijvoorbeeld pallets die voor eenmalig gebruik bedoeld zijn.

De beste manier om bevestigingsmaterialen tegen roest te beschermen is door ze te galvaniseren of van een zinklaag te voorzien. Zink beschermt het staal van de spijker niet, maar vormt een laag die aangetast wordt voordat het staal aangetast wordt. Hoe dikker de zinklaag is, hoe langer het duurt voordat het staal aangetast wordt. De dikste laag heet ‘thermisch verzinkt’. De laag wordt aangebracht door de spijkers in een bad met gesmolten zink te dompelen. De bescherming van de galvanisatie wordt aangeduid in micron (één micron is gelijk aan 0,000001 meter). Hoe dikker de deklaag is, hoe beter de spijker beschermd is.

Roestvast staal wordt gebruikt in toepassingen waarbij maximale bescherming vereist is en de andere afwerkingen niet volstaan. Voorbeelden van toepassingen zijn vangrails langs snelwegen of toepassingen die aan (zout)water blootgesteld zijn, waarbij het van groot belang is dat de bevestigingsmiddelen lang meegaan. 

Er zijn niet veel aluminium of kunststof bevestigingsmiddelen verkrijgbaar, maar ze bieden wel enkele voordelen.

Wanneer een houtlas op zijn plaats gehouden en later gezaagd moet worden, zijn aluminium en kunststof bevestigingsmiddelen geschikt daar ze zachter zijn en minder slopend zijn voor de zaagbladen en machinerie van de meubelmaker/fabrikant. Aangezien aluminium en kunststof zachter zijn, kunnen er geen langere bevestigingsmiddelen van gemaakt worden en is het niet geschikt voor gebruik in bepaalde soorten hardhout. Het lage gewicht kan echter een voordeel zijn, en bovendien zijn aluminium bevestigingsmiddelen meer roestbestendig dan gegalvaniseerde bevestigingsmiddelen en heeft kunstof hier helemaal geen last van.

Algemene informatie over nieten/krammen:

Alle nieten / krammen zijn in wezen gelijk. Ze bestaan namelijk uit een metaaldraad die in een specifieke U-vorm gebogen is.

  • Het bovenste gedeelte heet de kroon.
  • De twee parallelle delen aan de zijkanten die door het materiaal steken heten de poten.
  • Het uiteinde van elke poot heet de punt.

elementen-van-een-niet

De kroon bepaalt met welk apparaat u de niet of kram in het materiaal kunt slaan. Elk apparaat is namelijk meestal geschikt voor één kroonbreedte.

De pootlengte is afhankelijk van de toepassing, bijvoorbeeld de hechtkracht, de dikte van de materialen, etc. Veel apparaten hebben een regelbare lengteinstelling.

De punten zijn meestal beitelpunten, maar in toepassingen die een grote hechtkracht vereisen, kunnen nieten met uiteenlopende punten gebruikt worden, zg. spreidnieten. Dit zijn speciaal gesneden punten die de poten in een boog laten lopen in plaats van recht het materiaal in.

Een niet of kram met poten die niet parallel zitten is er veel moeilijker uit te trekken dan één met parallelle poten.

Wanneer de benaming niet of kram wordt gebruikt, hangt af van de kroonbreedte in combinatie van de dikte van het draad. Over het algemeen wordt bij een kroonbreedte vanaf 10 mm in combinatie met een draaddikte van 1,00 x 1,25 mm of dikker gesproken over een kram.

Algemene informatie over spijkers:

Er zijn drie soorten spijkers:

  • Rolspijkers
  • Stripspijker
  • Afwerkspijkers (groep waaronder brads, pins en T-nagels vallen)

Spijkers (ook wel nagels genoemd) bestaan uit drie belangrijke elementen. De combinatie van deze elementen bepaalt, samen met de afwerking, voor welke hechttoepassingen de spijker geschikt is.

elementen-van-een-spijker

De kop:
De kop is het deel van de spijker waar de hamer of, bij pneumatische hechtapparatuur, de slagpen van het apparaat op neer slaat. De kop is rond, afgeknepen of excentrisch.

verschillende-typen-kop-spijker

Rondkopspijkers hebben een ronde kop. Ze lijken op de spijkers die los verkrijgbaar zijn bij de ijzerhandel. Ze zijn samengevoegd tot een rol of strip zodat u het apparaat meerdere keren kunt gebruiken zonder het na elke spijker te hoeven bijladen.

Alle rolspijkers hebben een ronde kop.
Niet alle stripspijkers hebben een ronde kop.
Spijkers met afgeknepen of excentrische kop zijn altijd samengevoegd tot strips. Daarbij zitten de schachten van de spijkers tegen elkaar aan. Zo passen er meer spijkers in het apparaat zodat u meer zelfstandig kunt werken.

De meeste stripspijkerapparaten voor rondkopspijkers hebben een capaciteit van 50 spijkers. De meeste stripspijkerapparaten voor spijkers met afgeknepen kop hebben een capaciteit van 75 spijkers. Het aantal spijkers per lading is echter altijd afhankelijk van de lengte van het magazijn en de diameter van de spijkerschachten.

Er is weinig verschil tussen de hechtkracht van rondkopspijkers en spijkers met afgeknepen kop. De hechtkracht zit hem grotendeels in de schacht. De kop draagt pas bij als de schacht uit het hout begint te slippen. De kop voorkomt dat de bovenlaag van het materiaal de onderlaag begint los te laten. Soms, als de bovenlaag minder sterk is dan de onderlaag, wordt de kop door de bovenlaag heen getrokken. De kracht die daarvoor nodig is, is bij rondkopspijkers vrijwel hetzelfde als bij spijkers met afgeknepen kop.

Afwerkspijkers en brads hebben een rechthoekige kop. Ze zijn even breed als de schacht maar zijn dieper. Daardoor hebben ze een grotere hechtkracht. Er is echter wel minder kracht nodig om de kop door de bovenlaag heen te trekken dan bij spijkers met een grotere, ronde of afgeknepen kop.

kop-afwerknagel-brad

Verschillende spijkers hebben verschillende kopgroottes, afhankelijk van de schachtdiameter en de toepassing. Bij een spijker met een kleine schachtdiameter en een grote kopdiameter zou de kop makkelijk van de schacht loslaten. Bovendien geldt dat, hoe groter de kopdiameter is, hoe minder spijkers er op een rol of strip passen. Er zijn echter bepaalde toepassingen die een zeer grote kopdiameter vereisen, bijvoorbeeld voor dakspanen (roofing shingles). Dergelijke spijkers voor daktoepassingen hebben een kopdiameter van 10 mm zodat ze de dakspanen (roofing shingles) goed vasthouden en voorkomen dat deze scheuren bij sterke wind.

De schacht:
De schacht is het deel van de spijker dat vrijwel alle hechtkracht levert. De schacht wordt tussen de houtvezels geforceerd, waar de vezels tegen de schacht aan drukken. Deze druk maakt het moeilijk is om spijkers uit hout te trekken.

Er zijn vier soorten schachten: glad, spiraalvormig, geringd en geschroefd.

verschillende-schachten-spijker

Spijkers met gladde schacht hebben, zoals het woord het al zegt, een gladde afwerking.  Doordat ze glad zijn, zijn dit soort spijkers snel te vervaardigen en dus het goedkoopst. Ze hebben echter de kleinste hechtkracht. Ze vereisen minder slagkracht en verbruiken doorgaans minder lucht per spijker. Soms zijn ze in combinatie met een kleiner apparaat te gebruiken.

Spijkers met spiraalschacht hebben ofwel een getapte afwerking (zoals een schroef), of een spiraalvormige afwerking. Hoe dan ook, het doel van de vervormde schacht is om de kracht die nodig is om de spijker uit het hout te trekken, te vergroten. De houtvezels wikkelen zich om de vervormde schacht heen, en de verschillende diameters van de schacht zorgen voor een grotere hechtkracht.

Bij spijkers met een ringschacht is de schacht voorzien van een reeks ringen. Ook hier leiden de verschillende diameters van de schacht tot een grotere hechtkracht. Zowel spijkers met ringschacht als spijkers met schroefschacht zijn productie-intensiever, waardoor ze meestal duurder zijn dan spijkers met een gladde schacht. Daarnaast verbruiken ze meer lucht per spijker en is meer slagkracht nodig om ze in hardhout te slaan.

Daar staat tegenover dat deze spijkers een grotere hechtkracht dan spijkers met spiraalschacht bieden en echt een veel grotere hechtkracht hebben dan spijkers met een gladde schacht.

De punt:
De punt van een spijker is belangrijker dan deze op het eerste gezicht lijkt. Er zijn punten voor normale toepassingen, punten die voorkomen dat het hout breekt, en punten die de spijker helpen ombuigen (klinken) wanneer u deze in het werkstuk slaat.

type-punten-spijker

De standaardpunt is voor alle spijkers een beitelpunt. Deze is vrij scherp en laat de spijker makkelijk door het hout dringen.

Om te voorkomen dat het hout splijt, zijn er botte punten en platte punten.

Er is ook een speciale punt, namelijk de zg. klink of clinch punt. De schacht van deze spijker is diagonaal gesneden, daardoor wordt de spijker omgebogen zodat je een soort kram krijgt. Deze spijkers worden ook wel klamp-nagels genoemd.